Posts tonen met het label Oostende. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oostende. Alle posts tonen

dinsdag 6 april 2021

Historische visserijfoto's (XXVI)

Zoals ik dat maandelijks doe selecteer ik ook in april 21 een aantal foto’s uit het archief van Het Visserijblad. (Flor Vandekerckhove)

1. In 1990 kreeg het op de Oostendse Visserskaai gelegen Noordzee-aquarium een groep sympathisanten achter zich: de Vrienden van… Jaarlijks zetten die vissers in de bloemetjes die tijdens het werk een an ander verzamelden dat van nut was voor het aquarium (zeewater, visvoedsel, vissen…). In  2006 waren dat vooral de O.20 Mietje van Urbain Vansteene), de O.191 Natacha van Frank Desmit, de O.190 Renilde van wijlen Lucien Desmit en de O.152 Aran van Lorenzo Desmit.


2. De foto stamt uit een ons onbekend jaar. Om hem te duiden gingen we destijds te rade bij Robert Coelus. Hij vermoedt dat we leerlingen van de staatsscheepsjongensschool in Oostende aan het werk zien.


3. De gebouwen op de achtergrond bestaan inmiddels niet meer. Ze werden vervangen door nieuwbouw. De Rederscentrale bevindt zich nog op dezelfde plek, op de benedenverdieping van een nieuw flatgebouw.



4. Postkaart verstuurd in 1903. We zien de goed gevulde dokken van Oostende.


5. Op 29 mei 1957 werd de N. 710 Zeemansblik te water gelaten, in Oostende op de werf van Achiel Hillebrandt. Het schip werd uitgereed door Henri Pyson uit Nieuwpoort.




7. Vissers aan het werk. Het beeld dateert van de vroege jaren vijftig. Tussen Eugene Vlietinck (links) en schipper Gilbert Savels zien we de jonge Gilbert Sekeet.


8. 1926. Het vissersvaartuig O.32 vaart thuishaven Oostende binnen.



9. Op maandag 12 februari 2007 kwamen Rudy Beuckels, Wesley Vandamme en Sadi Smagghe met de N.86 Surcouf terug thuis van de visvangst. Aan boord brachten zij een flinke Atlantische steur mee, 130 cm lang, 21 kilo. Die hadden ze in leven gehouden toen ze zagen dat het dier gemerkt was. Onderzoek bracht uit dat de steur op 27 augustus 1996 in Frankrijk het water gezet werd. Het dier was bijgevolg 12 jaar oud en geslachtsrijp, wat het bijzonder waardevol maakte, omdat de soort omzeggens compleet verdwenen is. Na de vaststellingen gaven de vissers het dier weer de vrijheid.


10. Dit beeld komt niet uit de collectie van HVB, ik plukte het van ’t internet. ’t Is hem vooral om het plaket te doen dat op de brug aangebracht werd. Ik maakt er een stukje over dat heet: Van Oostende naar Luik en terug. U vindt het hier.

maandag 1 maart 2021

Historische visserijfoto’s (XXV)

Normaliter publiceer ik hier maandelijks een selectie foto’s uit het archief van Het Visserijblad. Deze keer is dat anders. Ik selecteer de foto’s uit een pps die me toegestuurd werd door ‘La Paloma Productions’. De foto’s zijn te mooi om te laten liggen. Doordat ze niet uit Het Visserijblad komen, heb ik helaas ook geen ondertitels. Misschien kunt u me er een aantal bezorgen.














— Rudy Laforce herkent zijn moeder Gilberte Baert en haar zuster Denise. —


Bob Dylan en Flor Vandekerckhove
declameren samen
HET TEMPEEST

zondag 3 januari 2021

Historische foto's (XXIV)

1. 1989, in de Oostendse vismijnkantine. Protestvergadering van de kustvisserij tegen de aanwezigheid van overmaatse Nederlandse vaartuigen op de Vlaamse kust. Het was niet het eerste protest en het zou bijlange niet het laatste zijn.


2. Deze foto werd door Marc Casier geplaatst in de FB-groep Oostendse verhalen. We zien het Stationsplein, thans Ernest Feysplein. Op de plaats van het treinstation staat nu een warenhuis. Op de achtergrond zie je de dokken die de achterliggende stad van het Hazengras scheiden. Ik plaats deze foto als hulde aan de FB-groep, waarvan leden me onlangs bijgestaan hebben in het bepalen van de exacte plaats van de ‘sierk’, de historische, cirkelvormige vismijn van Oostende. Meer daarover in onderstaande foto’s, van 3 t.e.m. 6. 


3. Zeker weten doe ik het niet meer, maar ik denk wel dat ik deze foto ooit van Dirk Reunbroeck kreeg. Toen ik een stukje over de sierk postte, de historische Oostendes vismijn, schreef ik dat die zich op de plek bevond waar nu het busstation is. Jean Bly vroeg zich af of die plaatsbepaling wel correct was. Peter Van Avermaet opperde Mercatorsluis. En prompt kregen we beelden met bewijskracht toegestuurd. Meer daarover in onderstaande foto’s.


4. Mario Theuma stuurde een luchtfoto op van Oostende. WERD DIE GENOMEN VANOP DE TOENMALIGE VUURTOREN? Met een pijl kon ik daarop de ‘sierk’ aanduiden. Maar komt dat overeen met de plek die nu een busstation is? Jean Bly kon ons meedelen dat tussen de ‘sierk’ en het huidige busstation een sluis was die toegang gaf tot de handelsdokken (in die tijd waren er dan nog drie).


5. Maar het is Ivan Verkempinck die de zaak trancheert. Hij toont ons een plan waarop alles klaar en duidelijk beschreven staat. 


6. Ook stuurt Verkempinck een luchtfoto, waarop hij de plek van de ‘sierk’ rood omcirkeld aanduidt ‘op enkele meters na’. Wat hij ook zegt is dit: ‘De beste manier om de plek van de sierk correct te plaatsen is door te onthouden dat midden op het uiteinde stond van de St.-Fransiscus- en de Paulusstraat.


7. Mosselkwekers in Chatelaillon (Frankrijk). Bij vloed komt alles weer onder water te staan.


8. De streek tussen Saint-Nazaire tot Croisic (Frankrijk) was bekend omwille van de winning van zeezout. De zoutwerker trekt het afgezette zeezout vanuit het overstromingsgebied tot op het bruggetje waarop hij staat.


9. Vissen met een kruisnet. Welke kunstbewoner heeft het NIET gedaan?


10. De roeschaard was een plaaggeest die het de vissers moeilijk maakte.  Hij kon meerdere gedaanten aannemen maar verscheen doorgaans als een duivel met een visstaart die de netten kapotscheurde en daarbij voortdurend “roes roes roes” riep.  De roeschaard vond het blijkbaar ook erg leuk om open bootjes heen en weer te schommelen.  Voldoende om een bemanning, bestaande uit vissers die doorgaans niet konden zwemmen, de stuipen op het lijf te jagen. Dit goed bewaarde exemplaar staat in https://depanneboot.wixsite.com/blog/post/de-roeschaard


En deze schipper heeft DE HAND gezien

zaterdag 1 juni 2019

Historische foto's van de Vlaamse visserij (XXIII)


Elke maand graaf ik in het fotoarchief van Het Visserijblad en zoek er willekeurig tien foto’s uit. Deze maand vormt daar een uitzondering op. Ik publiceer tien foto’s die me de voorbije maanden via ’t wereldwijde web toegestuurd werden. Mag ik uw hulp inroepen om ze te duiden?


De O.305 François Musin ligt onttakeld te wachten op verdere restauratie. Die is inmiddels nog niet afgerond, laat een lezer me weten. Over het beruchte vissersschip — bouwjaar 1948 — bestaan tal van verhalen. Het is ook op dat schip dat Liliane Saudemont door schipper Free Wolle ontdekt werd toen ze zich als Leon Saudemont had laten aanmonsteren. Over de rederij die het schip uitbaatte vind je meer info als je in de zoekfunctie van deze blog de naam ‘Decrop’ intikt.

Overzicht van de Oostendse haven. Wie weet in welk jaar de foto gemaakt werd mag het ons zeggen.

Deze en onderstaande foto’s werden gemaakt tijdens de aanleg van het Oostendse Vuurtorendok. De foto’s werden me toegestuurd door Freddy Versluys. Ik heb een beetje gegoogeld naar het bouwjaar van het dok, maar niet meteen iets gevonden. Wat ik wel weet is dat ik het heb zien gebeuren. We waren van Bredene tot aan de Vuurtoren gefietst en zagen daar de werken die we zeer bevreemdend vonden. Mag ik het jaartal in de eerste helft van de jaren zestig plaatsen? Neen! Dat mag ik niet, zo blijkt uit een bericht dat Danny Pylyser me stuurde. Hij schrijft: 'De werkzaamheden aan het Vuurtorendok zijn gestart in 1976 en was oorspronkelijk bedoeld als ligplaats van de Jetfoil onder P&O. Later is de Jetfoil overgeheveld naar de RMT en heeft het dok nooit gediend voor de Jetfoil want deze meerden aan in het station.' Daar ga ik met Danny nog even over moeten palavers, want 1976? In mijn perceptie zijn die werken veel eerder gebeurd. Dat is ook wat oud-schepen Deroo van Bredene insinueert als hij schrijft: 'Ik was ongeveer 16 en zwom daar in een plas water. Het dok had nog geen randen, de boord liep schuin in het water. Was het 1965 of 1966?'
Intussen hebben Willy Dumarey en Danny Desport de kwestie beslecht. Willy heeft in die buurt veel tijd doorgebracht. Hij woonde destijds met zijn ouders in de Victorialaan.  Waardoor hij me foto’s kan tonen uit ’69, ’73 en 75. Uit die foto’s blijkt dat het Vuurtorendok ten vroegste van midden de jaren zeventig dateert. Doorslaggevend is trouwens de link die Danny me doorstuurt. Hier staat in een ‘Bondige geschiedenis van de havenontwikkeling’: ‘Het Vuurtorendok, de derde RMT-aanlegpost, de Diepwaterkaai en het nieuwe Oosterstaketsel in beton komen er medio 1970.’

Waaruit ik eens te meer leer dat mijn geheugen absoluut onbetrouwbaar is.







zaterdag 5 januari 2019

Historische foto’s van de Vlaamse visserij (XVIII)

Normaliter tast ik maandelijks in het fotoarchief van Het Visserijblad om er willekeurig tien foto’s uit op te delven. Deze keer doe ik het anders. Al een tijd circuleren onderstaande beelden via de elektronische post van her naar der. Ook ik kreeg die (al twee keer zelfs) in mijn bus. Helaas worden de beelden niet geduid. Waar het kon heb ik er zelf iets onder geplaatst. Maar meestal stel ik u de vraag. Wat is het dat we op die foto’s te zien krijgen?


1. De scheepswerf Béliard-Crighton te Oostende. Opgericht in 1877, stopgezet in 1994. Naamsveranderingen: Béliard Murdoch, Mercantile-Beliard, Béliard Polyship. (Gegevens uit Inventaris Onroerend Erfgoed) 
[Zie ook reacties van Mario Vercoutter onderaan.]
[Aanvulling Mathieu De Vestele — Het had inderdaad de 0.85 en de 0.90 (1960) kunnen zijn maar ik twijfel er sterk aan, daar de 0.85 en 0.90 geen reddingsboot op het achterdek hadden. Die op de foto wel. Toen was de opkomst van de opblaasbare vlotten al van toepassing, wat veel beter was en is dan een reddingsboot van dit type.
De Fransen hebben dit nog lang nadien verplicht gehouden. Die 2 schepen zijn zeker van de periode van de Paola en Christine. Er zijn een ganse reeks van dit type schepen (rompafmetingen) gebouwd geweest voor Frankrijk.
Wat opmerkelijk is: achter die twee schepen ligt een vlotdok. Ik herinner me dit heel goed. Beliard had toen een bestelling om een vlotdok te bouwen voor Congo, toen nog Kolonie. Dit dok was volgens mij in 1960 klaar en werd naar Congo gesleept. Het dok werd gebouwd in de achterhaven en daar gemonteerd. Nadien zijn de secties losgemaakt (alles was demontabel ) en via de Konterdambrug en 't Sas Demey naar buiten gebracht waar alles opnieuw aan mekaar gemonteerd werd. Kon er anders niet door !]
[Toen ik  in het begin jaren 60 ter koopvaardij voer heb ik dit dok dikwijls gezien, het lag in Boma op de Congostroom, halfweg Banana ( monding ) en Matadi. De schepen van Pemarco konden daar ook droog-dokken. Er was toen volop werk bij Beliard en de Fransen hebben er veel prachtige schepen besteld, voor Boulogne en ook Bretagne. Ook meerdere hektreilers.]

 [[Ook Jozef Hermans, lid van het Belgian Ships Archive in Antwerpen, ziet op de foto het drijvend droogdok klaarliggen voor ONATRA, dat naar (Belgisch) Congo zal gesleept worden, volgens hem gebeurde dit in 1958.]]

2. Béliard-Crighton (officieel gekend als de Ateliers de Réparations et Chantiers Beliard, Crighton & Cie.) was de grootste naoorlogse werf van Oostende. Het bedrijf was de Oostendse afdeling van het in 1877 in Antwerpen gestichte bedrijf met dezelfde naam. Het bedrijf had een primeur voor Oostende toen in april 1929 aan het Zwaaidok het droogdok van de werf werd geopend. Het terrein van de werf was in 1973 niet minder dan 4,5 hectare groot. Tussen 1945 en 1983 werden op deze werf 132 schepen gebouwd, allemaal in staal behalve enkele houten mijnenvegers voor de Zeemacht. Naast de mijnenvegers werden verscheidene schepen voor de overheid gebouwd, zoals een boeienlegger en de drie Westhinder lichtschepen. Het grootste deel van de productie waren echter stalen treilers. (Gegevens uit Inventaris Onroerend Erfgoed)

[Zie ook van Mario Vercoutter reacties onderaan.]

3. De tewerkstelling bij Béliard-Crighton weerspiegelt de achteruitgang van de scheepsbouw aan de kust. In 1947 waren er 700 mensen tewerkgesteld. In 1960 was dit aantal teruggelopen tot minder dan 300 en in 1994 bleven er nog maar 150 over. De naam van de werf wijzigde verscheidene keren, in 1961 tot Béliard Murdoch en in 1983 tot Mercantile-Beliard. Tussen 1983 en 1990 werden er op de werf tien met glasvezel versterkte polyester mijnenjagers gebouwd. In 1994 ging het bedrijf, inmiddels omgevormd tot Béliard Polyship, failliet bij gebrek aan nieuwe bestellingen. (Gegevens uit Inventaris Onroerend Erfgoed)
[Zie ook reacties van Mario Vercoutter onderaan.]

 [Aanvulling Mathieu De Vestele — Dit is inderdaad de Narwal. Een prachtig en uitstekend schip, het was enkele jaren voor op haar tijd. Heel spijtig is dit niet goed afgelopen is. Het schip eind jaren 60 vertrokken naar Argentinië. IdP heeft het na het jarenlang stilliggen mogen opknappen in opdracht van de Argentijnen. Een heel verhaal. gedurende de Falklandoorlogen is het schip gedeeltelijk (?) gezonken in ondiep water en later weer in de vaart gebracht. Ik weet niet of het goed gevist heeft onder de Argentijnse vlag. Er was daar wel heel veel vis voor de kust.]


4. Panorama van de haven van Oostende. [Aanvulling Mathieu De Vestele — Spuikom monding. Vooraleer het visserijdok gegraven werd, na 14-18, was ter hoogte van IdP aan de Sipwaykaai en omgeving ook een spuikom met uitmonding die je op de foto goed ziet. Die uitmonding bestaat nog deels, maar is bedolven onder het zand. De boord van de zeekant was afgewerkt met blauw arduinsteen. Nog een groot deel van het metselwerk zit nu onder het zand bedolven. De bedoeling van die spuikom was de vaargeul op diepte te houden. Het heeft lang gewerkt.

Eind jaren 20 tot begin jaren dertig heeft men het dok gegraven en de vismijn gebouwd. Ik denk dat het dok opengegaan is in 1932.]

5. Groepsportret van Oostendse vissers, aan boord van het vaartuig. Wie kan ons namen meedelen, eventueel ook van het schip?

6. Oostendse vissers tonen trots hun vangst. Kan iemand deze mannen thuiswijzen?

7. Jongens aan boord van een vissersvaartuig. Ibis? Jongens van een Oostendse visserijschool?



8. Panoramisch zicht op het Oostendse visserijdok en de inmiddels afgebroken vismijn. De foto is wellicht geschoten van de vuurtoren. [Aanvulling Mathieu De Vestele — Op die foto zie je de vismijn van toen. Interessant en opvallend: onderaan de foto rechts zie je een klein deel van de toegang tot het sas. Redelijk dicht bij het gebouw. Er was toen daar een sas gebouwd, maar omwille van verzakkingen heeft men het moeten afkeuren en een volledig nieuw sas ernaast bouwen. Als je wandelt ter hoogte van het kantinegebouw merk je een schuine helling naar de buitenkant toe. Die wordt nu wel gebruikt om kleine bootjes te water te laten. Wel, dit was de toegang tot het eerste sas. Je kunt nog goed de cassementen herkennen van de sasdeuren in de sasmuren. Het huidige sas moet dus gebouwd zijn tussen 1932 en 1935.]


9. Scheepswerven in de stad Oostende. Is dit de plaats aan het Derde Dok, waar nu het stadhuis staat? [Aanvulling Matthieu De Vestele — Over de oude werven in het derde dok weet ik heel weinig. De scheepswerven die daar gelegen waren hebben elk een nieuwe standplaats gekregen op het einde van het huidige visserij dok. Waar IdP nu gevestigd is. Je had er Scheepswerfven: Denye - Deweerdt- Loye - Hillebrandt - Panesi. Ik denk dat ik een naam vergeten ben, want er waren 6 loten en die waren allemaal in gebruik. Ik denk dat die daar gekomen zijn kort voor WO II.]

Meer info, met naamsvermelding, over deze scheepswerven staat onder foto nr 10.



10. Wie weet iets meer te vertellen over deze Oostendse scheepswerven?
[Van Dirk Reunbrouck kreeg ik verschillende documenten die de oude Oostendse visserijscheepswerven belichten. Een ervan heet Het derde dok en de oude scheepswerven te Oostende. Het werd geschreven door Louis Pincket. Daarin staat: ‘Komende van het tweede dok, was de werf Loy met een slede, de werf Hillebrant met een slede, de werf Denye met twee sleden, de werf Panesi met twee sleden. De werven lagen in de Werfkaai (straat). Om de hoek, in de Stockholmstraat, was de werf van Deweert. Naast de werf van Deweert waren twee kolenopslagplaatsen: één van Coppe, de andere van Legaey. Dan was er de "cementboeije van Devreese, de `cement-boer'. Verder in de straat, recht vóór de Amsterdamstraat, was de werf van Borrey met een slede. Op de hoek van de Stockholmstraat en de Vindictivelaan stond het cirkelvormig gebouw van het museum: het Panorama.’]

[Nog bijkomende info over deze scheepswerven onder foto 11.]


11. Oostendse visserijscheepswerf. Wie weet er meer over? Kan iemand de gebouwen in de omgeving duiden? [Zie ook reacties van Mario Vercoutter onderaan.]

Van Doris Klausing kreeg ik een tip. Kijk eens op youtube naar ‘Bie de Bolken’ — https://www.youtube.com/watch?v=IzFSUMpZ2YQ —, zei ze. Daar staan veel beelden die de situatie van deze scheepswerven verduidelijken.


12. Op een scheepswerf in Oostende wordt een schip te water gelaten. Weet iemand meer over deze werf ? [Zie ook reacties van Mario Vercoutter onderaan.]