Posts tonen met het label pers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pers. Alle posts tonen

donderdag 14 september 2017

Extra nummer van Het Visserijblad


in 2013 hield Het Visserijblad ermee op maandelijks te verschijnen. Sindsdien is er deze blog die een merkwaardige naam draagt: Het VOORLAATSTE! Visserijblad. Achterliggend is de gedachte dat er ooit iemand zal opstaan die de draad weer opneemt.
Er zijn er nog die deze gedachte koesteren. Een aantal ervan bevolkt de gelederen van de actiegroep Climaxi. Elk jaar produceren deze klimaatactivsiten één speciaal nummer van Het Visserijblad. Ook dit jaar hebben ze dat gedaan. Wie het blad vroeger gelezen heeft zal zien dat Filip De Bodt en de zijnen er nog steeds in slagen ook de medewerkers van weleer te engageren. Wie een exemplaar van dit nummer wil ontvangen stuurt een mail naar filip@climaxi.org.
Climaxi doet nog meer. Voor de derde keer produceert de vereniging een documentaire over de visserij. Deze keer wordt de situatie van vissers en boeren met elkaar vergeleken. U kunt die film bekijken, want Climaxi trekt ermee het land rond (plaatsen en data vraag je aan filip@climaxi.org).  U kunt de dvd ook aankopen door 12 euro over te maken op de rekening van Climaxi, BE40 0016 3236 1163, met vermelding: Fish & Farm. Doen!

Flor Vandekerckhove

donderdag 26 februari 2015

SDVO: waarover in de pers duurzaam gezwegen wordt

De Stichting voor Duurzame Visserijontwikkeling (SDVO) heeft subsidiegelden misbruikt, zo oordeelt de Europese Commissie (EC). Het betreffende besluit leest u hier. Ze moet dat geld teruggeven. Europees parlementslid Bart Staes heeft zich in dit dossier vastgebeten en eist nu dat de SDVO wordt opgeheven. ‘Onder het mom van duurzame visserij, heeft dit "viskartel", dat sinds 2003 minstens 2 miljoen euro overheidsgeld per jaar krijgt toegestopt, de ontwikkeling van een écht duurzamere visserij getorpedeerd.’ Staes omschrijft de SDVO verder als: ‘[E]en hermetisch gesloten netwerk, gedekt door politieke vrienden (…) Een club die eerder handelde uit eigenbelang (…)’ Mij lijkt het een goeie omschrijving van heel de visserijsector te zijn, de sector zoals ze is. Dat eigenbelang, zo vervolgt Staes, staat de duurzame hervorming van de visserij in de weg. De kwestie haalt nu de nationale media en ik vraag me af hoe we het ontstaan van SDVO destijds in Het Visserijblad becommentarieerd hebben.
In het meinummer van 2003 meldden we dat SDVO opgericht was: ‘De nieuwe stichting kadert in de ‘hype’ rond het begrip duurzaam ondernemen. Om de Vlaamse visserij op dat spoor te zetten is er inderdaad nood aan een instantie die onderzoekt hoe de sector zo’n vooruitziende blik kan krijgen.’ We betwistten wel heftig de financiering ervan: ‘Vraag is of die stichting uit de solidariteitskas van de vissers moet betaald worden.’ We hadden toen inderdaad vernomen dat, vanaf 1 januari 2003, een groot bedrag uit de bedrijfsvoorheffing apart gezet wordt in het Zeevisserfonds. Een deel ervan zou gebruikt worden om de SDVO te financieren.
Twee woorden vroegen om meer uitleg: bedrijfsvoorheffing en Zeevissersfonds. Dat laatste is een solidariteitskas die door de sociale partners beheerd wordt. In 1986 opgericht, heeft het vooral tot doel de vissers een extra inkomen te geven wanneer ze de sector voor de pensioenleeftijd moeten verlaten. (Er zijn immers maar weinig vissers die het zware werk op zee tot hun pensioen uithouden.) Het fonds kan ook andere sociale voordelen voor de vissers financieren. Het wordt bijvoorbeeld ingezet wanneer die in 2003 eindelijk een modern sociaal statuut verwerven. Maar dat het ook aangesproken zou worden voor de financiering van de SDVO vonden we niet kunnen. Temeer daar het geld dat vanuit het Zeevissersfonds naar de SDVO zou gaan uit de bedrijfsvoorheffing komt, het andere woord waarover we toen enige uitleg gaven. De bedrijfsvoorheffing wordt door de reders gepercipieerd als een belasting die de onderneming betaalt. Maar dat klopt niet, het is een belasting die de vissers-werknemers op hun inkomen betalen. Dat die aan de bron, in de onderneming, van hun loon afgehouden wordt, verandert niets aan de zaak: het blijft geld van de werknemers dat naar de belasting vloeit en sinds 2003 ook gedeeltelijk naar het Zeevissersfonds… en vervolgens naar de SDVO. Vandaar dat we in 2003 konden schrijven dat de modernisering (verduurzaming) van de visserijondernemingen niet door de ondernemers betaald zou worden, maar door het personeel. De reders vonden het een schitterende vondst, ze werden daarin gesteund door de vakbonden en de politici. En ze werden niet tegengesproken in de pers. Dat de visserij een sector is waarin geld uit de sociale kas van de werknemers gebruikt wordt om de winsten van hun bazen veilig te stellen is tot vandaag alleen nog maar door wijlen Het Visserijblad aangeklaagd. De hetze tegenover SDVO is pas ontstaan nadat een deel van het patronaat, met reder-mosselboer Willy Versluys als charismatisch boegbeeld, zich benadeeld voelde. Of zoals Staes het in zijn persmededeling zegt: ‘Juist het feit dat SDVO zich steeds meer als een commerciële speler opstelde, doet het viskartel nu gelukkig de das om.’
En dit is wat wij al in 2003 meldden, nog voor SDVO opgericht werd: ‘In de nieuw op te richten stichting wordt het duurzaamheidstreven wel heel breed uitgesmeerd. De initiatiefnemers delen ons mee dat die stichting, naast het stimuleren van alternatieve vistechnieken, ook gebruikt zal worden voor imagoversterkende maatregelen, het organiseren van promotie en publiciteit voor de sector, het vergroten van de slagkracht ervan, desgevallend het lanceren van een kwaliteitslabel en nog dergelijke mercantiele (en zeker geen sociale) doelstellingen. Uiteraard wordt daarbij ook ruimte voorzien voor het organiseren van allerlei, zelfs ‘internationale’ contacten’ om dat alles ook elders eens goed te gaan bekijken. En dat alles wordt voortaan betaald met het belastinggeld van de vissers-werknemers.’ Al de poeha die we nu rond de ‘marktverstoring’ te horen krijgen, lijkt mij toch maar klein bier te zijn tegenover de conclusie die Het Visserijblad al in 2003 kon trekken. Helaas blijk ik daar nog altijd alleen in te staan. En dat roept bij mij veel vragen op; vragen over de rol van de politiek, de rol van de vakbonden en de rol van de… pers.
Flor Vandekerchove

vrijdag 25 juli 2014

De politieke perssprokkels van aalmoezenier Dirk Demaeght

Dirk Demaeght: aalmoezenier of lobbyist?
In zijn blog (http://demaeght.skynetblogs.be) postte visserijaalmoezenier Dirk Demaeght onlangs een opvallend stuk onder de merkwaardige titel Perssprokkels uit het verleden, maar toch nog fris in het geheugen (1). Daarin doet hij iets wat hij anders in die blog nooit doet: hij herneemt een oud debat uit het visserijverleden, een debat betreffende een lang afgesloten hoofdstuk. In dat hoofdstuk werd er gepoogd om voor de Vlaamse kust, in open zee, mosselen te kweken.
Dat mosselexperiment is, zoals genoegzaam bekend, volledig mislukt. Dat is iets wat wel meer gebeurt, daarom heet het ook zo: experiment. Ook (en zeker) in de visserij vallen lange lijsten te maken van zo’n mislukkingen. Er valt ook veel populistische pret uit zo’n lijsten te halen. Hoeveel overheidsgeld heeft de Rederscentrale de jongste jaren naar zo’n mislukte experimenten weten af te leiden? En wat heeft dat uiteindelijk opgebracht? In termen van tewerkstelling bijvoorbeeld? Bij welke mislukte experimenten was de Vlaamse Visveiling in de voorbije twintig jaar betrokken? Welke kapitaalbezitters zijn daar beter van geworden en hoeveel geld heeft dat de belastingbetaler gekost?
Op het eerste gezicht lijkt de aalmoezenier inderdaad die populistische toer op te gaan. Maar ’t tweede gezicht openbaart iets anders. Dat stuk heet immers wel Perssprokkels, maar daar staan nauwelijks perssprokkels in. Demaeght haalt een interventie van oude koe J.M. Dedecker uit de sloot en plakt daar een ellenlang stuk aan van europoliticus Bart Staes. Dat zijn twee politici die het destijds op de Stichting Duurzame Visserijontwikkeling (SDVO) gemunt hadden. Er zouden er nog veel volgen, want velen voelden zich geroepen om datzelfde dossier keer op keer weer boven water te halen.
Al die tussenkomsten liepen op niets uit. Dat was ook voorspelbaar. Iedereen die de aantijgingen las en daar vervolgens de weerleggingen van SDVO naast legde, wist dat hier iets anders aan de hand moest zijn. Die weerleggingen zul je in de ‘perssprokkels’ van Demaeght evenwel niet vinden. Het waarom daarvan vindt u in een andere ‘perssprokkel’ die Demaeght evenmin in zijn blog zal opnemen. In het allerlaatste nummer van Het Visserijblad, gepubliceerd in december 2013, schreven we nog: ‘Vraag is dan ook waarom deze mosselboeien als ouwe koeien weer uit de gracht gehaald worden. Wellicht komt het omdat het mosseldossier een grote dosis verbergt van wat in het Frans ‘politique politicienne’ genoemd wordt: het heeft minder met mosselen dan met politieke machtsverhoudingen te maken. De werking van de SDVO wordt door de federale regering betaald met belastinggeld. Het is een regeling die destijds door federaal minister Vande Lanotte uitgewerkt werd. De SDVO is dan ook een soort anomalie in de nieuwe staatshuishouding, waar de bevoegdheid over de visserij in handen van de Vlaamse regering gelegd werd. Met andere woorden: rond SDVO wordt een terreinoorlog uitgevochten die minder met mossels te maken heeft dan wel met ‘Vlaams’ versus ‘federaal’. Er is meer. Vakbondsman Ivan Victor maakte van de interventie van de bevriende minister gebruik om zich een weg naar de sectortop te banen. In een sector waar de politieke dienst sinds jaar en dag door rechts uitgemaakt wordt, is het ‘bon ton’ om op de ‘linkse’ SDVO te schieten. SDVO in het algemeen en het mosseldossier in het bijzonder blijken dan ook een terrein te zijn waarop rechtse reders en even rechtse politici elkaar gemakkelijk weervinden.’ En ja, ook de aalmoezenier.
Na het liquideren van de functie van vrijzinnig moreel consulent (Patrick Van Craeynest) biedt zich nu een nieuwe kans aan om de visserij verder van ‘anderen’ te zuiveren. Nu de socialisten uit de regeringen geweerd zijn, openbaart de liquidatie van de SDVO zich als een open doelkans. Die kans zullen ze niet laten liggen, zo leert ons de blog van Demaeght. Eens ook die zaak geregeld is, kan de Vlaamse visserij weer, zoals voorheen, rimpelloos naar zijn eigen ondergang stromen… Deo volente, uiteraard, als God het wil.

Flor Vandekerckhove

zaterdag 21 december 2013

Censuur op de visserijkaaien


Het Visserijblad (verder HVB) wordt vanaf 2014 niet meer uitgegeven. (Meer hierover ook op www.visserijblad.be.) Spijtig is dat natuurlijk wel, want wie iets van de situatie in de Vlaamse visserij wil begrijpen kan eigenlijk niet om dat blad heen. Dat geldt in de eerste plaats voor journalisten die over de visserij berichten.
Is die laatste zin aanmatigend? Ik denk het niet. Een recent incident leert me dat HVB nog maar pas de boeken toegeslagen heeft en, hopla, daar gaan ze weer.
Het kerstnummer van het zgn. Informatieblad van de Rederscentrale plaatst elk jaar Nieuwjaarsboodschappen van prominente personen. Die personaliteiten maken dan de balans op en schetsen de perspectieven.
Mij kwam ter ore dat de tekst van Patrick Van Craeynest, moreel consulent in de visserij, geweigerd werd. Van Craeynest is een brave mens die zich daar bij neerlegt. Hij wil daarop niet reageren, vandaar dat iemand anders het moet doen. Want dit is wel degelijk een reactie waard.
In die tekst somt Van Craeynest tal van problemen op waarmee de vissers geconfronteerd worden: ‘hoge brandstofkosten, lage visprijzen te weinig bemanning, strenge wetgeving rond quota, veel controle; grote concurrentie van buitenlandse schepen; onderlinge concurrentie; te weinig toekomst voor het klein vlootsegment; te veel mosselen; grote Europese druk; uitgevlagde schepen; de visser wordt bestolen; te duurzaam vissen; te weinig vrije vissersbladen; te veel keuring; te veel cursussen; concurrentie van ingevoerde vis van bedenkelijke kwaliteit; verlies van visgebieden door allerhande andere activiteiten op zee; oprichten van ‘groene‘ zeegebieden; te grote diepvriezers voor pangasius; oprichten van windmolenparken; vernietigende Europese verordeningen; te weinig instroom van jonge vissers; nog te veel arbeidsongevallen; te veel certificaten, brevetten en attesten.’
Het is een indrukwekkende lijst die de Rederscentrale liever niet gepubliceerd ziet. Maar Van Craeynest weet waarover hij spreekt. Hij vervolgt: ‘Iedere visser vertelt je hetzelfde: ’t is allemaal voe de kloten! Geen goeie voornemens meer voor het komend jaar. Er zal altijd gevist worden op zee. De zeevisser zal altijd blijven bestaan, maar of dit in België zal zijn lijkt me uiterst twijfelachtig. De grootheid van een kleine sector… Toch kan men gerust stellen dat bovenstaande problemen peanuts zijn. Want wat blijft er over als je plots geconfronteerd wordt met lichamelijke problemen? Als je plots om de één of andere reden niet meer kunt doen wat je graag doet? Gezondheid is nog altijd het hoogste goed. Bij deze, mijn nederige wens: iedereen een gezond 2014 toegewenst!’
De Rederscentrale vindt dit niet door de beugel kunnen. De patronale organisatie houdt u liever een roze bril voor waarin de lof gezongen wordt van een glorierijke sector, op weg naar de stralende toekomst die uiteraard duurzaam zal zijn. De tekst van Van Craeynest past niet echt in dat denkbeeldige (!) plaatje en wordt geweigerd.
Dit is een ernstig geval van censuur. De Rederscentrale kan tegenwerpen dat Van Craeynest zijn tekst naar andere bladen kan sturen, maar dat is onzin. Sinds HVB niet meer bestaat is er in de Vlaamse vissersgemeenschap geen medium meer dat plaats beschikbaar heeft om de boodschap van de moreel consulent te plaatsen.
Tot voor kort zou deze daad van censuur zinledig geweest zijn, want HVB zou dit stuk zeker gepubliceerd hebben. Dat zou journalisten dan weer toegelaten hebben ook deze kritische stem in hun berichtgeving mee op te nemen. 
Nu HVB niet meer verschijnt, wordt het net meteen toegetrokken. Vanaf nu verneemt u alleen nog maar datgene wat de sectortop u voorschotelt. 
Dat de Rederscentrale de tekst van Van Craeynest weigert is een belangrijk feit. Het betreft niet alleen een voorbeeld van flagrante censuur, het incident ijkt het moment waarop het journalisten onmogelijk gemaakt wordt nog correct over de visserij te berichten.
Eigenlijk past hier maar één reactie op: no pasaran ! We laten dit niet passeren. Daarom heb ik beslist deze blog te openen onder de veelzeggende titel Het VOORLAATSTE ! Visserijblad. Deze blog zal u melden wat elders over de Vlaamse visserij niet gepubliceerd mag worden.
Men zegge het voort.

De geschiedenis van Het Visserijblad


HET EERSTE NUMMER van Het Visscherijblad lag in de winkel te koop op zaterdag 25 februari 1933. Het blad kostte toen 75 centiemen. Uitgever-drukker Honoré Seys uit de Nieuwpoortsesteenweg in Oostende gaf het de ondertitel 'Wetenschap, nijverheid, handel' mee. (1)
‘Het was een gedurfd initiatief in volle recessieperiode die ook de visserijsector zo zwaar teisterde dat de algemene stillegging van de vloot in de lucht hing. In het verleden haalden alle uitgevers van op de visserij gerichte bladen bakzeil,'  schreef de volkskundige auteur Omer Vilain in 1962 in een proefschrift. (2)  Hij ontwaarde één uitzondering: Het Visserijblad, waarbij wijlen Pros Vandenberghe (1907-1984) van meet af aan betrokken was.  Meer zelfs.  Hoe langer hoe meer zullen Het Visserijblad en Pros in één adem genoemd worden. 

Het momentum van Pros
Pros Vandenberghe (1907-1984)
Vandenberghe, geboren op de Oostendse Vuurtorenwijk, kwam in 1929 in stadsdienst onder vismijndirecteur Gustaaf Velthof. Hij werd belast met het bijhouden van de aanvoerstatistieken. (3) Toen hij in de visserij goed ingewerkt was werd hij Belgisch correspondent voor  het Engelse visserijblad Fishing News en voor de Nederlandse Visserijcourant waarin hij naar eigen zeggen de belangen van de Belgische visserij begon te verdedigen. ‘Na in enkele jaren meer en meer in de visserijproblematiek ingewerkt te zijn werd ik door mijn directeur ontboden. In aanwezigheid van drie hoge ambtenaren werd mij gevraagd of ik te vinden zou zijn om een eigen Belgisch visserijblad te stichten,’ schreef Vandenberghe in een terugblik bij het ingaan van de 50ste jaargang. ‘Dat was helemaal niet naar de zin van de toenmalige schepen van de Vissershaven, tevens uitgever van een lokaal weekblad.’ (4)
Pros Vandenberghe zou uitgroeien tot een van de kleurrijkste figuren die de Vlaamse visserij ooit gekend heeft. De verdwenen Oostendse stadskrant De Stoeten Ostendenoare stelde het zo: ‘Pros Vandenberghe was, onderwijzer zijnde, ooit begonnen als medewerker van "De Zeewacht". Blijkbaar kon hij er niet aarden, en begon dan maar een eigen krant: "Het Visscherijblad" (eind 1933). Tot de oprichters behoorde o.m. de vissershavendirecteur Velthof. "Het Visscherijblad" startte als vakblad, maar breidde gaandeweg zijn berichtgeving uit naar het algemeen streeknieuws. Liberaal en Vlaamsgezind van inslag zou P. Vandenberghe het blad vooral gebruiken om zijn positie van "zwarte paus" in het visserijwereldje te helpen uitbouwen en ondersteunen.’ (5)
Omer Vilain: ‘Tussen de twee oorlogen kende de Oostendse pers weer een gevoelige aangroei. Een grote gebeurtenis was de publicatie van "Het Visserijblad" uitgegeven door H. Seys, maar vlug overgenomen door Prosper Vandenberghe die er zijn lijfblad van maakte. Hij schreef alles recht voor de raap en dat bracht geregeld spanningen, ruzies en processen met zich mee. Nogal vaak kwam "Pros" in conflict met De Zeewacht en dat werd "met de pen" hardnekkig uitgevochten. Vader Elleboudt nam het bijvoorbeeld niet dat "Protzakje" hem met zo weinig eerbied bejegende.’ (6)
Anderhalf jaar na de stichting van Het Visscherijblad nam Vandenberghe ontslag als stadsbediende en werd hij aangesteld als griffier van de Ongevallenkas voor de Zeevisserij. Daardoor was de onverenigbaarheid weggewerkt. In 1938 nam Vandenberghe een drukkerij over om zijn blad, evenals de destijds welbekende 'Visserij Almanak' (die al sinds 1934 verscheen)  in eigen beheer uit te geven en te drukken.

Oorlogsjaren
Pros Vandenberghe verwoordde de voorbije periode als volgt: 'Het valt te begrijpen dat, met het onafhankelijk karakter ons eigen, wij soms niet terugdeinsden, terecht of misschien ten onrechte, er op los te gaan en mistoestanden, bij gebrek aan bescherming van onze vissers en hun bedrijf, in krachtdadige termen aan te klagen, om aldus de misnoegdheid of de vijandschap van de ene of de andere autoriteit, belanghebbende of politieker, op onze nek te halen. Maar bij dit alles, welke vergissingen of eventuele foutieve commentaren daarmee soms gepaard gingen, hebben wij steeds slechts één doel nagestreefd, met name proberen objectief, onafhankelijk te blijven ten aanzien van de visserij en de vele belangen van het bedrijf, hoe moeilijk het ook was en hoe onaangenaam, soms vrienden te mishagen.’ (7)
Jef Klausing (1918-2004)
Oorlogsomstandigheden lagen aan de basis van het schorsen door de bezetter van de uitgave van het weekblad in juli 1941. Omer Vilain: 'Na de oorlog kregen beide bladen (nvdr: De Zeewacht en Het Visscherijblad) last omdat ze in het begin van de oorlog waren blijven verschijnen, doch ze wisten zich uit de problemen te redden. "De Zeewacht" werd vanaf 1941 onder een andere titel en met een andere uitgever gedrukt: "Het Strand". De laatste nummers van "Het Visscherijblad" waren in 1942 van de pers gerold.' (8)
De Stoeten Ostendenoare: 'Het weekblad van "bestuurder-eigenaar" Pros Vandenberghe staakte zijn uitgave op 4 mei 1940, om eventjes na de Blitzkrieg-perikelen, de kop weer boven water te steken. Op 6 juli verscheen "Het Visscherijblad" alweer. Het bevatte echter voornamelijk technisch en vaknieuws, naast veel gegevens over de Oostendse vissers in het buitenland. "Wij verschijnen buiten en boven alle politiek".
Niettemin kon Het Visscherijblad alleen uitgegeven worden met de toestemming van de bezetter. Opvallend is zeker dat de verslagen en mededelingen van het collaborerende VNV weliswaar werden opgenomen in de rubriek Oostendsch Nieuws, doch veel minder opvallend en uitgebreid dan in het concurrerende "Het (Panne-)Strand".
Halfweg 1941 treedt Vandenberghe af als directeur om zich enkel nog met de visserijaangelegenheden in te laten. Hij werd opgevolgd door L. Godemont, doch bleef eigenaar. Het laatste oorlogsnummer van Het Visscherijblad verscheen op 3 april 1942.’ (9)
In 1945 verscheen het weekblad opnieuw, nu onder de kop Het Nieuw Visscherijblad. In het editoriaal van dat eerste naoorlogse nummer (1 december 1945) wordt nogmaals benadrukt dat het blad 'zijn aandeel zal bijbrengen, opdat de zeevisscherij een groote nijverheid worde, opdat ons zeemansras bewaard blijve.'

Krantenmagnaat op mensenmaat
De titel Het Visserijblad in hedendaagse spelling dateert uit het begin van de jaren vijftig.
In de periode 1952-54 kende het weekblad een steile opgang en kreeg als ondertitel Nieuwsblad van de Kust. In 1954 splitste Vandenberghe beide titels in afzonderlijke bladen. De ontkoppeling leverde enerzijds Het Visserijblad op en anderzijds een informatief weekblad op krantenformaat, Het Nieuwsblad van de Kust, gevestigd aan de Vindictivelaan en uitgegeven door Simonne Bolline (echtgenote van Pros Vandenberghe). Het Nieuwsblad van de Kust kwam dan ook in rechtstreekse concurrentie met het liberale Kustblad en de katholieke Zeewacht. Oplopende polemieken tussen de weekbladen werden niet alleen met de pen, maar vaak ook voor de rechtbank uitgevochten. Pros Vandenberghe liet het trouwens niet alleen bij concurrentie op het vlak van de nieuwsgaring.  Hij wilde ook zijn deel van de advertentiemarkt. Hij pakte in 1955 uit met het publiciteitsblad Vandeweek waarmee de toen nog minderjarige Norbert Haeck (later succesvolle Tips-uitgever [°14.09.40]) zijn eerste ervaringen in de reclamewerving opdeed. De polemieken van Vandenberghe werden overigens niet alleen met concurrerende kranten gevoerd. Pros was ook voorzitter en bestuurder van talrijke coöperaties en verenigingen. Door zijn machtspositie en verstrengelde belangen kwam hij in aanvaring met veel instanties. Hij lag zowat voortdurend in de clinch met de Rederscentrale, de vakbonden en met de toenmalige Oostendse burgemeester Jan Piers, want ook politiek ging Vandenberghe zijn eigen weg. In 1958 werd hij lijstduwer op de liberale scheurlijst Verenigde Oostendse Belangen, waarbij hij evenwel niet verkozen werd.
Op het einde van de carrière van Pros Vandenberghe bleef alleen nog Het Visserijblad over en de handelsdrukkerij waar het blad geproduceerd werd. (10)

Liefkemores
We zegden het al: Pros Vandenberghe is ongetwijfeld een van de kleurrijkste figuren geweest die de Vlaamse visserij voortgebracht heeft. In het blad lieten we destijds enkele journalisten aan het woord die ooit voor hem gewerkt hadden.
1988: een nieuwe ploeg neemt het blad over.
Wijlen Jef Klausing is ooit hoofdredacteur van het blad geweest. Klausing: ‘Ik schreef het editoriaal waarin Pros niet zelden, achter mijn rug, een en ander wijzigde. Was hij echter erg opgetogen over mijn geschrijf, dan zette hij er zijn eigen naam onder. Verder schreef ik onder de meest diverse pseudoniemen allerlei stukken over de visserij. Tegen een hels tempo kreeg ik het klaar om wekelijks een dertig stukken dik blad bijeen te pennen. Ik beantwoordde zelfs lezersbrieven… die ik zelf geschreven had.’ (11)
Ook Herman Moerman heeft onder ‘het bewind’ van Pros Vandenberghe geschreven: ‘Zestien jaar heb ik als journalist wel en wee meegemaakt van Pros en zijn gazetten. Aan die samenwerking  kwam een einde toen Pros achter mijn rug een nieuwe redacteur voor Het Nieuwsblad van de Kust aanwierf. Dat mag dan het volste recht van een patroon zijn, ik nam het niet dat hij zo’n belangrijks beslissing nam zonder mij — toch hoofdredacteur — daarin te kennen. Temeer daar ik heel goed wist dat hij dat alleen maar deed om concurrent De Zeewacht een loer te draaien door dat blad een medewerker af te pakken.’ (12)
Na het overlijden van de 77-jarige persman (7 december 1984) viel de drijvende kracht achter Het Visserijblad ook weg. Zijn dochter Martine, niet voorbereid op de zware taak, kondigde drie jaar later het einde van het blad aan.
Het toeval wilde dat nog maar enkele maanden eerder (24 augustus 1987) op de Oostendse H. Baelskaai een vereniging opgericht was die 'iets' rond de visserijcultuur wilde  realiseren.  De stichters Danny Crabeels, Willy Versluys en Flor Vandekerckhove wilden of een oud-vissersvaartuig restaureren of een vissersfeest organiseren of…  Het werd uiteindelijk een uitgeversproject om Het Visserijblad van een gewisse dood te redden.  (13)
De eerst nog losse vereniging kreeg nu vlug een officieel karakter. De vzw Liefkemores (stichting gepubliceerd in de bijlage van BS van 18 februari 1988)  zette al in januari 1988 alle zeilen bij en slaagde erin om in nauwelijks drie weken tijd een uitgebalanceerd project op poten te zetten. De publicatie van Het Visserijblad werd uiteindelijk met nauwelijks één maand onderbroken.  In februari 1988 lag Het Visserijblad (nu als maandblad) alweer in de krantenrekken.  De 55ste jaargang was alvast gered.
De nieuwe uitgeverij ging er hard tegenaan. Nummers van 48 bladzijden waren de regel, soms 56, een enkele keer 64! Ook omdat de uitgeverij over geen kapitaal beschikte moest het geld elders gezocht worden. We zetten een systeem van ‘deficit spending’ op waarbij we facturen voor ons uitschoven in de hoop dat het fel verbeterde blad bijkomende inkomsten zou aanboren. Deze dynamiek lokte inderdaad nieuwe lezers en adverteerders, maar onvoldoende om de extra drukkosten die eruit voortvloeiden te compenseren.
Wat sindsdien als HVB afgekort werd, bleef gedrukt worden bij Drukkerij Nieuwsblad van de Kust, later ongevormd tot Drukkerij Vandenberghe, tot die onderneming op 30 december 1996 failliet verklaard werd.
Daarmee werd ook een punt gezet achter het systeem van ‘deficit spending’ dat uitgeverij Liefkemores hanteerde, want de curator die het faillissement van de drukkerij begeleidde, vorderde uiteraard de achterstallige facturen van het drukwerk op, rekeningen die HVB onbetaald in de schuif had laten liggen. De vzw Liefkemores bleef achter met een lege kas.
Ook die gebeurtenis is er niet in geslaagd de continuïteit van het tijdschrift in het gedrang te brengen. De uitgeverij toog in moeilijke omstandigheden op zoek naar een nieuwe drukker.  Doordat de visserijsector intussen in vrije val verkeerde, waren ook de reclame-inkomsten van het blad fel verminderd. Kwam daar nog bij dat het tijdschrift, omwille van de polemische artikels die erin verschenen, door de sectortop bestreden of genegeerd werd, als al niet van een boycot gesproken kan worden.  Dat alles maakte dat HVB moest inbinden. Het aantal bladzijden werd gaandeweg teruggebracht tot 28. Persoonlijk verloren we er een betrekking aan.
Guido Walters (1947-2011)
We engageerden ons vervolgens om het blad op vrijwillige basis te blijven uitgeven. Wellicht was de productie in de daarop volgende jaren onmogelijk geweest had het niet kunnen rekenen op de sympathie van Steven Lowyck, de nieuwe drukker die — ere wie ere toekomt — HVB gedurende enkele jaren tegen kostprijs gedrukt heeft.

Van de oorspronkelijke ploeg die HVB in 1988 vol schreef, bleef inmiddels haast niemand over. Het blad werd in die moeilijke jaren omzeggens volledig gevuld door fotograaf/journalist Guido Walters en Flor Vandekerckhove.
Maar ook in de Vlaamse visserij bleef haast niemand meer over. De Vlaamse vissersgemeenschap was intussen zo klein geworden dat het zelfs met een voluntaristische inzet onmogelijk werd een onafhankelijk tijdschrift te produceren dat rond de sector (slechts enkele tientallen schepen, waar er in 1988 nog 201 waren) gecentreerd was. Een nieuwe keuze drong zich op: ofwel zetten we er een punt achter, waarmee we alleen maar het voorbeeld zouden volgen van zoveel anderen die de visserij verlaten hadden, ofwel vormden we blad om tot een magazine dat, weliswaar in sympathie met de visserij, ook lezers met andere interesses tot ver in het binnenland kan boeien.
Toen Guido Walters in november 2010 overleed, viel een van de twee drijvende krachten achter het blad weg. Met hem verdween wellicht de laatste beroepsjournalist die in staat was meer dan een oppervlakkige berichtgeving over de visserij te ventileren. (14) 
Intussen was fotograaf/vormgever Jo Clauwaert de redactie komen vervoegen. In zijn kielzog kwamen tal van nieuwe medewerkers de ploeg versterken. Zij zouden het tijdschrift de nieuwe impuls geven die het nodig had.
De nieuwe redactionele lijn die uitgestippeld werd kan als volgt samengevat worden: we brengen de visserscultuur naar de wal en we brengen de cultuur van de wal naar de visserij. Het blad werd erdoor omgevormd tot een veelkleurig, mooi vormgegeven magazine dat ook lezenswaard is voor mensen die nauwelijks iets met de visserij te maken hebben. We investeerden ook energie in het ontwikkelen van een eigen website en trokken meermaals de boer op om het blad te propageren.
Dat dynamisme bleef niet onopgemerkt. Het lezerscorps verjongde en het bestaan van het blad werd zelfs opgemerkt door de makers van de internetencyclopedie Wikipedia die er een lemma aan wijdden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Visserijblad). Het veranderingsproces werd in november 2010 bekroond met een nieuwe titel: Het Vrije Visserijblad.
In 2013 breiden we een 80ste jaargang aan een blad dat in 1933 voor het eerst uitgegeven werd. Niet slecht voor een tijdschrift dat in 1988 jaar ten dode opgeschreven was en dat sinds dat jaar maar kon blijven verschijnen door de belangeloze inzet van medewerkers die er niet tegen opzagen tegen de commerciële stroom in te roeien.

Op het einde van 2013 gaat uitgever Flor Vandekerckhove met pensioen. Hij stelt de titel ter beschikking van elkeen die het blad in dezelfde geest — het vrije woord — wil verder zetten.  Uiteindelijk dient zo'n kandidaat zich ook aan. De klimaatactivisten van Climaxi maken vanaf vanaf 2015 jaarlijks een nummer⇲.


(1) ‘De Oostendse Drukkers (1780-1940)’, door Patrick Vandenabeele, vermeldt Seys Honoré als drukker van 12.1.1923 tot 1938.  Drukkerij 'Het Visscherijblad' (vanaf 1938) werd later 'Drukkerij Nieuwsblad van de Kust'.
(2) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie' tot het behalen van het diploma van gegradueerde in de biblio-economische en bibliografische wetenschappen.
(3) Een statistiekendienst voor vis was toen reeds opgelegd door de Conventie van Kopenhagen.
(4) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad, 49ste jaargang - nr 49 - 28 december 1982.
(5)  'Het dossier van het Oostends bedrukt papier - Deel 3 De Crisisjaren 1930-1940' in De Stoeten Ostendenoare, 2de jg. nr 1, augustus 1976.
(6) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie'.
(7) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad
(8) Omer Vilain in De Zeewacht 01.09.89
(9) De Stoeten Ostendenoare, januari 1977 (zelfde dossier - deel 4 'De Zwartschrijver').
(10) Het weekblad Het Nieuwsblad van de Kust werd in 1981 overgenomen door Roularta (uitgever van het concurrerende De Zeewacht) en hield op te verschijnen.
(11) HVB I/1998.
(12) Ib.
(13) Vermelden we volledigheidshalve dat ook andere programmapunten van de vzw uiteindelijk uitvoering kregen (visserijfeesten, restaureren van het garnaalscheepje Cragnon), maar die verdienste is uitsluitend toe te schrijven aan Willy Versluys die de vzw Liefkemores verlaten had, zoals dat eerder ook al gebeurd was door Danny Crabeels.
(14) In HVB XII/2010 verscheen een in memoriam in het blad waarin we de verdiensten van Guido Walters voor HVB onderstreepten.