zaterdag 21 december 2013

De geschiedenis van Het Visserijblad


Het eerste nummer van Het Visscherijblad lag in de winkel te koop op zaterdag 25 februari 1933. Het blad kostte toen 75 centiemen. Uitgever-drukker Honoré Seys uit de Nieuwpoortsesteenweg in Oostende gaf het blad de ondertitel 'Wetenschap, nijverheid, handel' mee. (1)
‘Het was een gedurfd initiatief in volle recessieperiode die ook de visserijsector zo zwaar teisterde dat de algemene stillegging van de vloot in de lucht hing. In het verleden haalden alle uitgevers van op de visserij gerichte bladen bakzeil,'  schreef de volkskundige auteur Omer Vilain in 1962 in een proefschrift. (2)  Hij ontwaarde één uitzondering: Het Visserijblad, waarbij wijlen Pros Vandenberghe (1907-1984) van meet af aan betrokken was.  Meer zelfs.  Hoe langer hoe meer zullen Het Visserijblad en Pros in één adem genoemd worden. 

Het momentum van Pros
Pros Vandenberghe (1907-1984)
Vandenberghe, geboren op de Oostendse Vuurtorenwijk, kwam in 1929 in stadsdienst onder vismijndirecteur Gustaaf Velthof. Hij werd belast met het bijhouden van de aanvoerstatistieken. (3) Toen hij in de visserij goed ingewerkt was werd hij Belgisch correspondent voor  het Engelse visserijblad Fishing News en voor de Nederlandse Visserijcourant waarin hij naar eigen zeggen de belangen van de Belgische visserij begon te verdedigen. ‘Na in enkele jaren meer en meer in de visserijproblematiek ingewerkt te zijn werd ik door mijn directeur ontboden. In aanwezigheid van drie hoge ambtenaren werd mij gevraagd of ik te vinden zou zijn om een eigen Belgisch visserijblad te stichten,’ schreef Vandenberghe in een terugblik bij het ingaan van de 50ste jaargang. ‘Dat was helemaal niet naar de zin van de toenmalige schepen van de Vissershaven, tevens uitgever van een lokaal weekblad.’ (4)
Pros Vandenberghe zou uitgroeien tot een van de kleurrijkste figuren die de Vlaamse visserij ooit gekend heeft. De verdwenen Oostendse stadskrant De Stoeten Ostendenoare stelde het zo: ‘Pros Vandenberghe was, onderwijzer zijnde, ooit begonnen als medewerker van "De Zeewacht". Blijkbaar kon hij er niet aarden, en begon dan maar een eigen krant: "Het Visscherijblad" (eind 1933). Tot de oprichters behoorde o.m. de vissershavendirecteur Velthof. "Het Visscherijblad" startte als vakblad, maar breidde gaandeweg zijn berichtgeving uit naar het algemeen streeknieuws. Liberaal en Vlaamsgezind van inslag zou P. Vandenberghe het blad vooral gebruiken om zijn positie van "zwarte paus" in het visserijwereldje te helpen uitbouwen en ondersteunen.’ (5)
Omer Vilain: ‘Tussen de twee oorlogen kende de Oostendse pers weer een gevoelige aangroei. Een grote gebeurtenis was de publicatie van "Het Visserijblad" uitgegeven door H. Seys, maar vlug overgenomen door Prosper Vandenberghe die er zijn lijfblad van maakte. Hij schreef alles recht voor de raap en dat bracht geregeld spanningen, ruzies en processen met zich mee. Nogal vaak kwam "Pros" in conflict met De Zeewacht en dat werd "met de pen" hardnekkig uitgevochten. Vader Elleboudt nam het bijvoorbeeld niet dat "Protzakje" hem met zo weinig eerbied bejegende.’ (6)
Anderhalf jaar na de stichting van Het Visscherijblad nam Vandenberghe ontslag als stadsbediende en werd hij aangesteld als griffier van de Ongevallenkas voor de Zeevisserij. Daardoor was de onverenigbaarheid weggewerkt. In 1938 nam Vandenberghe een drukkerij over om zijn blad, evenals de destijds welbekende 'Visserij Almanak' (die al sinds 1934 verscheen)  in eigen beheer uit te geven en te drukken.

Oorlogsjaren
Pros Vandenberghe verwoordde de voorbije periode als volgt: 'Het valt te begrijpen dat, met het onafhankelijk karakter ons eigen, wij soms niet terugdeinsden, terecht of misschien ten onrechte, er op los te gaan en mistoestanden, bij gebrek aan bescherming van onze vissers en hun bedrijf, in krachtdadige termen aan te klagen, om aldus de misnoegdheid of de vijandschap van de ene of de andere autoriteit, belanghebbende of politieker, op onze nek te halen. Maar bij dit alles, welke vergissingen of eventuele foutieve commentaren daarmee soms gepaard gingen, hebben wij steeds slechts één doel nagestreefd, met name proberen objectief, onafhankelijk te blijven ten aanzien van de visserij en de vele belangen van het bedrijf, hoe moeilijk het ook was en hoe onaangenaam, soms vrienden te mishagen.’ (7)
Jef Klausing (1918-2004)
Oorlogsomstandigheden lagen aan de basis van het schorsen door de bezetter van de uitgave van het weekblad in juli 1941. Omer Vilain: 'Na de oorlog kregen beide bladen (nvdr: De Zeewacht en Het Visscherijblad) last omdat ze in het begin van de oorlog waren blijven verschijnen, doch ze wisten zich uit de problemen te redden. "De Zeewacht" werd vanaf 1941 onder een andere titel en met een andere uitgever gedrukt: "Het Strand". De laatste nummers van "Het Visscherijblad" waren in 1942 van de pers gerold.' (8)
De Stoeten Ostendenoare: 'Het weekblad van "bestuurder-eigenaar" Pros Vandenberghe staakte zijn uitgave op 4 mei 1940, om eventjes na de Blitzkrieg-perikelen, de kop weer boven water te steken. Op 6 juli verscheen "Het Visscherijblad" alweer. Het bevatte echter voornamelijk technisch en vaknieuws, naast veel gegevens over de Oostendse vissers in het buitenland. "Wij verschijnen buiten en boven alle politiek".
Niettemin kon Het Visscherijblad alleen uitgegeven worden met de toestemming van de bezetter. Opvallend is zeker dat de verslagen en mededelingen van het collaborerende VNV weliswaar werden opgenomen in de rubriek Oostendsch Nieuws, doch veel minder opvallend en uitgebreid dan in het concurrerende "Het (Panne-)Strand".
Halfweg 1941 treedt Vandenberghe af als directeur om zich enkel nog met de visserijaangelegenheden in te laten. Hij werd opgevolgd door L. Godemont, doch bleef eigenaar. Het laatste oorlogsnummer van Het Visscherijblad verscheen op 3 april 1942.’ (9)
In 1945 verscheen het weekblad opnieuw, nu onder de kop Het Nieuw Visscherijblad. In het editoriaal van dat eerste naoorlogse nummer (1 december 1945) wordt nogmaals benadrukt dat het blad 'zijn aandeel zal bijbrengen, opdat de zeevisscherij een groote nijverheid worde, opdat ons zeemansras bewaard blijve.'

Krantenmagnaat op mensenmaat
De titel Het Visserijblad in hedendaagse spelling dateert uit het begin van de jaren vijftig.
In de periode 1952-54 kende het weekblad een steile opgang en kreeg als ondertitel Nieuwsblad van de Kust. In 1954 splitste Vandenberghe beide titels in afzonderlijke bladen. De ontkoppeling leverde enerzijds Het Visserijblad op en anderzijds een informatief weekblad op krantenformaat, Het Nieuwsblad van de Kust, gevestigd aan de Vindictivelaan en uitgegeven door Simonne Bolline (echtgenote van Pros Vandenberghe). Het Nieuwsblad van de Kust kwam dan ook in rechtstreekse concurrentie met het liberale Kustblad en de katholieke Zeewacht. Oplopende polemieken tussen de weekbladen werden niet alleen met de pen, maar vaak ook voor de rechtbank uitgevochten. Pros Vandenberghe liet het trouwens niet alleen bij concurrentie op het vlak van de nieuwsgaring.  Hij wilde ook zijn deel van de advertentiemarkt. Hij pakte in 1955 uit met het publiciteitsblad Vandeweek waarmee de toen nog minderjarige Norbert Haeck (later succesvolle Tips-uitgever [°14.09.40]) zijn eerste ervaringen in de reclamewerving opdeed. De polemieken van Vandenberghe werden overigens niet alleen met concurrerende kranten gevoerd. Pros was ook voorzitter en bestuurder van talrijke coöperaties en verenigingen. Door zijn machtspositie en verstrengelde belangen kwam hij in aanvaring met veel instanties. Hij lag zowat voortdurend in de clinch met de Rederscentrale, de vakbonden en met de toenmalige Oostendse burgemeester Jan Piers, want ook politiek ging Vandenberghe zijn eigen weg. In 1958 werd hij lijstduwer op de liberale scheurlijst Verenigde Oostendse Belangen, waarbij hij evenwel niet verkozen werd.
Op het einde van de carrière van Pros Vandenberghe bleef alleen nog Het Visserijblad over en de handelsdrukkerij waar het blad geproduceerd werd. (10)

Liefkemores
We zegden het al: Pros Vandenberghe is ongetwijfeld een van de kleurrijkste figuren geweest die de Vlaamse visserij voortgebracht heeft. In het blad lieten we destijds enkele journalisten aan het woord die ooit voor hem gewerkt hadden.
1988: een nieuwe ploeg neemt het blad over.
Wijlen Jef Klausing is ooit hoofdredacteur van het blad geweest. Klausing: ‘Ik schreef het editoriaal waarin Pros niet zelden, achter mijn rug, een en ander wijzigde. Was hij echter erg opgetogen over mijn geschrijf, dan zette hij er zijn eigen naam onder. Verder schreef ik onder de meest diverse pseudoniemen allerlei stukken over de visserij. Tegen een hels tempo kreeg ik het klaar om wekelijks een dertig stukken dik blad bijeen te pennen. Ik beantwoordde zelfs lezersbrieven… die ik zelf geschreven had.’ (11)
Ook Herman Moerman heeft onder ‘het bewind’ van Pros Vandenberghe geschreven: ‘Zestien jaar heb ik als journalist wel en wee meegemaakt van Pros en zijn gazetten. Aan die samenwerking  kwam een einde toen Pros achter mijn rug een nieuwe redacteur voor Het Nieuwsblad van de Kust aanwierf. Dat mag dan het volste recht van een patroon zijn, ik nam het niet dat hij zo’n belangrijks beslissing nam zonder mij — toch hoofdredacteur — daarin te kennen. Temeer daar ik heel goed wist dat hij dat alleen maar deed om concurrent De Zeewacht een loer te draaien door dat blad een medewerker af te pakken.’ (12)
Na het overlijden van de 77-jarige persman (7 december 1984) viel de drijvende kracht achter Het Visserijblad ook weg. Zijn dochter Martine, niet voorbereid op de zware taak, kondigde drie jaar later het einde van het blad aan.
Het toeval wilde dat nog maar enkele maanden eerder (24 augustus 1987) op de Oostendse H. Baelskaai een vereniging opgericht was die 'iets' rond de visserijcultuur wilde  realiseren.  De stichters Danny Crabeels, Willy Versluys en Flor Vandekerckhove wilden of een oud-vissersvaartuig restaureren of een vissersfeest organiseren of…  Het werd uiteindelijk een uitgeversproject om Het Visserijblad van een gewisse dood te redden.  (13)
De eerst nog losse vereniging kreeg nu vlug een officieel karakter. De vzw Liefkemores (stichting gepubliceerd in de bijlage van BS van 18 februari 1988)  zette al in januari 1988 alle zeilen bij en slaagde erin om in nauwelijks drie weken tijd een uitgebalanceerd project op poten te zetten. De publicatie van Het Visserijblad werd uiteindelijk met nauwelijks één maand onderbroken.  In februari 1988 lag Het Visserijblad (nu als maandblad) alweer in de krantenrekken.  De 55ste jaargang was alvast gered.
De nieuwe uitgeverij ging er hard tegenaan. Nummers van 48 bladzijden waren de regel, soms 56, een enkele keer 64! Ook omdat de uitgeverij over geen kapitaal beschikte moest het geld elders gezocht worden. We zetten een systeem van ‘deficit spending’ op waarbij we facturen voor ons uitschoven in de hoop dat het fel verbeterde blad bijkomende inkomsten zou aanboren. Deze dynamiek lokte inderdaad nieuwe lezers en adverteerders, maar onvoldoende om de extra drukkosten die eruit voortvloeiden te compenseren.
Wat sindsdien als HVB afgekort werd, bleef gedrukt worden bij Drukkerij Nieuwsblad van de Kust, later ongevormd tot Drukkerij Vandenberghe, tot die onderneming op 30 december 1996 failliet verklaard werd.
Daarmee werd ook een punt gezet achter het systeem van ‘deficit spending’ dat uitgeverij Liefkemores hanteerde, want de curator die het faillissement van de drukkerij begeleidde, vorderde uiteraard de achterstallige facturen van het drukwerk op, rekeningen die HVB onbetaald in de schuif had laten liggen. De vzw Liefkemores bleef achter met een lege kas.
Ook die gebeurtenis is er niet in geslaagd de continuïteit van het tijdschrift in het gedrang te brengen. De uitgeverij toog in moeilijke omstandigheden op zoek naar een nieuwe drukker.  Doordat de visserijsector intussen in vrije val verkeerde, waren ook de reclame-inkomsten van het blad fel verminderd. Kwam daar nog bij dat het tijdschrift, omwille van de polemische artikels die erin verschenen, door de sectortop bestreden of genegeerd werd, als al niet van een boycot gesproken kan worden.  Dat alles maakte dat HVB moest inbinden. Het aantal bladzijden werd gaandeweg teruggebracht tot 28. Persoonlijk verloren we er een betrekking aan.
Guido Walters (1947-2011)
We engageerden ons vervolgens om het blad op vrijwillige basis te blijven uitgeven. Wellicht was de productie in de daarop volgende jaren onmogelijk geweest had het niet kunnen rekenen op de sympathie van Steven Lowyck, de nieuwe drukker die — ere wie ere toekomt — HVB gedurende enkele jaren tegen kostprijs gedrukt heeft.

Het Vrije Visserijblad
Van de oorspronkelijke ploeg die HVB in 1988 vol schreef, bleef inmiddels haast niemand over. Het blad werd in die moeilijke jaren omzeggens volledig gevuld door fotograaf/journalist Guido Walters en Flor Vandekerckhove.
Maar ook in de Vlaamse visserij bleef haast niemand meer over. De Vlaamse vissersgemeenschap was intussen zo klein geworden dat het zelfs met een voluntaristische inzet onmogelijk werd een onafhankelijk tijdschrift te produceren dat rond de sector (slechts enkele tientallen schepen, waar er in 1988 nog 201 waren) gecentreerd was. Een nieuwe keuze drong zich op: ofwel zetten we er een punt achter, waarmee we alleen maar het voorbeeld zouden volgen van zoveel anderen die de visserij verlaten hadden, ofwel vormden we blad om tot een magazine dat, weliswaar in sympathie met de visserij, ook lezers met andere interesses tot ver in het binnenland kan boeien.
Toen Guido Walters in november 2010 overleed, viel een van de twee drijvende krachten achter het blad weg. Met hem verdween wellicht de laatste beroepsjournalist die in staat was meer dan een oppervlakkige berichtgeving over de visserij te ventileren. (14) 
Intussen was fotograaf/vormgever Jo Clauwaert de redactie komen vervoegen. In zijn kielzog kwamen tal van nieuwe medewerkers de ploeg versterken. Zij zouden het tijdschrift de nieuwe impuls geven die het nodig had.
De nieuwe redactionele lijn die uitgestippeld werd kan als volgt samengevat worden: we brengen de visserscultuur naar de wal en we brengen de cultuur van de wal naar de visserij. Het blad werd erdoor omgevormd tot een veelkleurig, mooi vormgegeven magazine dat ook lezenswaard is voor mensen die nauwelijks iets met de visserij te maken hebben. We investeerden ook energie in het ontwikkelen van een eigen website en trokken meermaals de boer op om het blad te propageren.
Dat dynamisme bleef niet onopgemerkt. Het lezerscorps verjongde en het bestaan van het blad werd zelfs opgemerkt door de makers van de internetencyclopedie Wikipedia die er een lemma aan wijdden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Visserijblad). Het veranderingsproces werd in november 2010 bekroond met een nieuwe titel: Het Vrije Visserijblad.
In 2013 breiden we een 80ste jaargang aan een blad dat in 1933 voor het eerst uitgegeven werd. Niet slecht voor een tijdschrift dat in 1988 jaar ten dode opgeschreven was en dat sinds dat jaar maar kon blijven verschijnen door de belangeloze inzet van medewerkers die er niet tegen opzagen tegen de commerciële stroom in te roeien.
Op het einde van 2013 gaat uitgever Flor Vandekerckhove met pensioen. Hij stelt de titel ter beschikking van elkeen die het blad in dezelfde geest — het vrije woord — wil verder zetten.  Of er ook daadwerkelijk iemand is die dit zal doen, valt af te wachten.

(1) ‘De Oostendse Drukkers (1780-1940)’, door Patrick Vandenabeele, vermeldt Seys Honoré als drukker van 12.1.1923 tot 1938.  Drukkerij 'Het Visscherijblad' (vanaf 1938) werd later 'Drukkerij Nieuwsblad van de Kust'.
(2) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie' tot het behalen van het diploma van gegradueerde in de biblio-economische en bibliografische wetenschappen.
(3) Een statistiekendienst voor vis was toen reeds opgelegd door de Conventie van Kopenhagen.
(4) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad, 49ste jaargang - nr 49 - 28 december 1982.
(5)  'Het dossier van het Oostends bedrukt papier - Deel 3 De Crisisjaren 1930-1940' in De Stoeten Ostendenoare, 2de jg. nr 1, augustus 1976.
(6) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie'.
(7) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad
(8) Omer Vilain in De Zeewacht 01.09.89
(9) De Stoeten Ostendenoare, januari 1977 (zelfde dossier - deel 4 'De Zwartschrijver').
(10) Het weekblad Het Nieuwsblad van de Kust werd in 1981 overgenomen door Roularta (uitgever van het concurrerende De Zeewacht) en hield op te verschijnen.
(11) HVB I/1998.
(12) Ib.
(13) Vermelden we volledigheidshalve dat ook andere programmapunten van de vzw uiteindelijk uitvoering kregen (visserijfeesten, restaureren van het garnaalscheepje Cragnon), maar die verdienste is uitsluitend toe te schrijven aan Willy Versluys die de vzw Liefkemores verlaten had, zoals dat eerder ook al gebeurd was door Danny Crabeels.
(14) In HVB XII/2010 verscheen een in memoriam in het blad waarin we de verdiensten van Guido Walters voor HVB onderstreepten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen